Delen via


Een werkruimte openen

Wanneer u een werkruimte opent voor een traceringssessie, start TraceView een nieuwe traceringssessie met de eigenschappen die zijn opgeslagen in de werkruimte. Wanneer u een werkruimte opent voor een traceringslogboekweergave, wordt de weergave exact weergegeven zoals u deze hebt geconfigureerd.

Een werkruimte openen

  1. Klik in het menu Bestand op Werkruimte openen.

  2. Selecteer in de lijst Opgeslagen werkruimten de naam van een werkruimte.

    Of typ in het vak Nieuwe werkruimte de naam van een werkruimte.

  3. Klik op OK.

Omdat de paden en bestandsnamen die zijn gekoppeld aan een traceringssessie worden opgeslagen in de werkruimte, worden de bestanden opnieuw gebruikt en overschreven telkens wanneer u de werkruimte opent. Als u uw bestanden wilt behouden, verplaatst of wijzigt u deze na elke traceringssessie.